Posts weergeven met het label polderpioniers. Alle posts weergeven
Posts weergeven met het label polderpioniers. Alle posts weergeven
Ik was graag Tina Turner geworden, of Dolly Parton of the Red Hot Chili Peppers. Helaas is er geen spatje muzikaliteit in mijn genen beland. Toch mocht ik afgelopen vrijdag een bijdrage leveren aan een prachtig jubileumconcert: Creona viert feest, join the music!

Te midden van orkest, dirigent, solisten en koor stond mijn troon. Ik vertelde over ritme, structuur, compositie. Over spanning, opbouw, drama en decor. Want elk muziekstuk vertelt een verhaal. En verhalen vertellen, dat kan ik dan weer wel.


Precies een jaar geleden hield ik het eerste exemplaar van Polderpioniers in mijn handen.
Onwerkelijk gaaf.

Twee weken later, op de boekpresentatie, overhandigde ik mijn vader dat exemplaar. Hij had me tenslotte gevraagd het verhaal van zijn familie op te schrijven.

Het werd een jaar vol positieve recensies, mooie interviews, fijne lezingen, en een 2e, 3e en 4e druk - maar het beste waren de ontmoetingen met verloren familieleden en met lezers die hun opgerakelde herinneringen met me deelden.

Een jaar is voorbij en mijn vader is er niet meer. Onlangs kreeg ik uit zijn naam een ring. Nu heb ik een boek én een knoop in mijn handen: een perfecte combinatie wat mij betreft.

Polderpioniers Zeeuwse Knoop

Met de hulp van familieleden met stoffige fotoalbums op zolders, huidige boerderijbewoners en Sjaak van Loo (auteur van Boven Water, de watersnoodramp van 1953 in Oost-Zuid Beveland in woord en beeld) heb ik een voorstelling kunnen maken van de boerderijen uit Polderpioniers.

Twee boerderijen zijn op dezelfde plaats (en in een vergelijkbare stijl) herbouwd. De andere boerderijen bestaan - helaas - niet meer.

Langeweg Kruisland
Familie Lodiers, Langeweg Kruisland


Holterbergsestraat Kruisland
Familie Lodiers, Holterbergsestraat Kruisland

Olzendedijk Kruiningen
Familie Lodiers, Olzendedijk Kruiningen

Capelleweg Kruiningen
Familie Rijk, Capelleweg Kruiningen (na de watersnoodramp, voor de brand)

Schelpenbolweg Slootdorp
Familie Rijk-Lodiers, Schelpenbolweg Slootdorp (voor de inundatie)
Even iets over dat oer-Nederlandse fenomeen polder, dat Polderpioniers niet haalde, maar best fascinerend is. Een stukje over etymologie.

Het woord polder bestaat sinds de 12e eeuw (toen nog polre) en is afgeleid van pol, als in graspol.

Een bedijking aan zee of een rivier is de oudste vorm van een polder. Als de grond voldoende hoogte heeft bij een normale vloedstand kan er ingepolderd worden. Een variant is het omdijken van een meer om het daarna droog te malen.

Noordoostpolder

Nederland is de eerste in de wereld die land inpoldert. Het woord polder wordt dan ook wereldwijd overgenomen vanuit onze taal. Zo komt in de 13e eeuw in Frankrijk het woord polre voor, later wordt dat poldre en daarna le polder. De Italianen gebruiken eerst poldro en vanaf 1838 polder. In het Engels bestaat polder sinds de 17e eeuw, in het Duits vanaf het begin van de 18e eeuw.

Het Baskisch, Bulgaars, Deens, Ests, Hongaars, Kroatisch, Noors, Pools, Roemeens, Servisch, Sloveens, Spaans, Tsjechisch en het Zweeds gebruiken polder, het Russisch pol'der, het Lets polderis, het Litouws pòlderis, het Portugees pôlder en het Fins polderi.

Dus niet alleen levert Nederland een bijdrage aan de wereldveiligheid door haar kennis over inpolderen te verspreiden, maar ook draagt Nederland met het begrip polder bij aan de internationale woordenschat.

Trots?

Hmm. Over dat eerste zeker, maar over dat laatste is wel enige bescheidenheid op zijn plaats.

Want, zo vertelt etymologiebank, de meeste Finnen weten eigenlijk niet wat ze met het woord polderi aan moeten, omdat ze de juiste betekenis niet kennen. In Finland wordt namelijk geen land ingepolderd. Het woord komt voornamelijk voor in artikelen, discussies of gesprekken die betrekking hebben op Nederland. En waarschijnlijk geldt dat voor meer van bovenstaande talen....

Polders zijn nou eenmaal zó Nederlands.

Noordoostpolder

* Met dank aan etymologiebank.nl
Oktober 2013
Mijn vader vraagt: 'Wil jij het verhaal van je grootouders niet eens op papier zetten?'
Natuurlijk.

December 2013
Eerste interview met mijn vader.

Januari 2014 - ....
Ooms interviewen, archieven bezoeken, verloren bekenden opsporen, familiedocumenten ontcijferen.
Schrijven.

Januari 2014 - Mei 2014
Opleiding bij Scriptplus 'Schrijven van familieverhalen'.

Mei 2014
Maaike Gerritsen laat me op haar eigen boekpresentatie kennismaken met haar uitgever.
'Ik heb een manuscript voor een thriller.' (ja, ander boek)
'Stuur maar op.'
Vreugdesprongetje.

Juli 2014
Uitgever mailt: 'Toffe thriller, maar we hebben al genoeg.'
Ik: 'Maar ik ben ook nog bezig met iets anders: non-fictie, over boeren en polders.'
Uitgever: 'Interessant. Stuur tzt maar eens toe.'
Iets kleiner vreugdesprongetje.

September 2014
Eerste versie Polderpioniers gaat naar schrijfcoach.

Oktober 2014 - Maart 2015
Herschrijven.

Maart 2015
Tweede versie Polderpioniers gaat naar schrijfcoach.

April 2015
Herschrijven.

Mei 2015
Derde versie Polderpioniers naar uitgever.
Automatische reply: 'Ik werk hier niet meer. Belangrijke zaken svp doorsturen naar collega X.'
Domper. 
Derde versie Polderpioniers doorsturen naar X. 

Derde versie Polderpioniers naar familie.
Discussies, lachen, huilen.

Augustus 2015
Uitnodiging uitgever: 'Kom langs. We willen je spreken.'
Lichte hartverzakking.
Leuk gesprek. Inhoudelijk. Aanwijzingen om het manuscript te verbeteren.

September 2015 - December 2015
Herschrijven.

Januari 2016
Vierde versie naar uitgever.

Stilte.

Maart 2016
Uitnodiging uitgever: 'Kom langs. We willen je spreken.'
Koel blijven. Wolken wegwuiven en goede vragen stellen.
Gesprek. Na twee minuten: 'We gaan je boek uitgeven.'

Weer buiten.
Complete verwarring.
Heb ik het wel goed begrepen?
Zei ze het echt?
Mijn boek?
Uitgeven?
Hier aan de Herengracht?
Lichte hysterie.

April 2016
Er ligt een contract

Mei 2016 - September 2016
Herschrijven
Bronvermelding samenstellen
Persklaarmaken
Achterflaptekst
Omslag
Eerste proef

13 Oktober 2016
Af.

Het begon drie jaar geleden met een vraag. Nu is er een boek. En een goede dosis trots.

Marian Rijk Polderpioniers
Voordat ik met het schrijven van Polderpioniers begon had ik nog nooit van een poffer gehoord. Nu wel. Sterker nog, ik ben al bijna een expert. 

Kijk: dit is mijn overgrootmoeder. Ik vind haar mooi, met haar hoge jukbeenderen, amandelvormige ogen en witte schuimtaart – pardon – poffer.


De poffer is het belangrijkste onderdeel van de Brabantse klederdracht, en wordt tussen 1870 en 1940 met zeer veel trots gedragen. De dracht bestaat uit een kleine, zwarte ondermuts, daarover heen een kanten muts en dan de witte poffer – lekker warm.

Elke streek heeft een andere poffervorm. Elk dorp een poffermaakster en een mutsenplooister.

Portret van een plattelandsvrouw (Vincent van Gogh, 1885) met een ander soort poffer.

De witte tulen muts met kanten afwerkingen en ontelbaar veel plooitjes of tule bloemetjes en knopjes, toont de levensfase en de rijkdom van de draagster. Mijn overgrootmoeder – een burgermeisje – krijgt de muts van haar schoonfamilie, als ze in het huwelijk treedt met een herenboer. Hoe groter de poffer en hoe sjieker de stof, hoe rijker de boerin. Praktisch gezien is het pronkstuk een onding, een warme witte taart.

Jonge getrouwde vrouwen dragen een poffer met bloemen, oudere dames een poffer met appels of peren van zijde of knopjes (zij hebben ‘hun vrucht reeds gedragen’). Een weduwe draagt een rouwmuts, een poffer die van alle versieringen is ontdaan.

Mijn overgrootmoeder draagt haar poffer bij speciale gelegenheden: op zon- en feestdagen en als ze op bezoek gaat bij familie of belangrijke personen in de gemeenschap. En als ze op de foto gaat.

Ik heb eindeloos gezocht naar een foto van haar zonder poffer. Gewoon, omdat ik haar dat gunde, vastgelegd te mogen worden zonder die muts. Uiteindelijk vond ik een foto. Ze doet daar wat ze het liefste doet – zonder muts, zonder gepronk, zonder opsmuk : handwerken. De eenvoud. De rust. Nog mooier is ze dan.

overgrootmoeder

Meer weten over de poffer? Kijk op Binnekiekedotcom of bezoek het Mutsenmuseum.
Uit #boek3:

Op 28 juni 1914 wordt in Sarajevo aartshertog Franz Ferdinand, de troonopvolger van Oostenrijk-Hongarije, vermoord. Wenen beschuldigt Servië van medeplichtigheid aan de moord en eist maatregelen. Belgrado weigert aan een ultimatum gehoor te geven en prompt verklaart Oostenrijk-Hongarije Servië de oorlog. En dan gaat het snel, als een waterval volgen de gebeurtenissen elkaar op. 

Rusland schiet de geloofsgenoten in het orthodoxe Servië te hulp en mobiliseert. Duitsland heeft, op zijn beurt, Oostenrijk rugdekking beloofd en brengt eveneens het leger in de hoogste staat van paraatheid. Dat leidt weer tot de mobilisatie van Frankrijk. 

Duitsland weet: om een oorlog op twee fronten te voorkomen, moet Frankrijk zijn verslagen voordat Rusland volledig is gemobiliseerd. De enige manier om Parijs snel te veroveren, is een omtrekkende beweging. Op 4 augustus, achtendertig dagen na het schot in Sarajevo, marcheren de eerste Duitse laarzen het neutrale België binnen en is de Eerste Wereldoorlog een feit. 

Meer dan een miljoen Belgen vluchten tussen 7 en 10 oktober 1914 naar Nederland.

(1 miljoen vluchtelingen op een bevolking van 6 miljoen Nederlanders!)

Noord-Brabant, Zeeland en Limburg worden overspoeld door vluchtelingen die in grote angst en nood huis en haard hebben moeten achterlaten. Na een paar weken keren veel van hen naar België terug, maar in november 1914 zijn er nog meer dan driehonderdduizend in ons land en uiteindelijk blijven er, na de sluiting van de grens in mei 1915, ongeveer honderdduizend Belgische vluchtelingen in Nederland over.

De grens tussen België en Nederland wordt door de Duitsers opgetuigd en is letterlijk van ijzer: een stalen gordijn waar 2000 volt op staat, bedoelt om spionageberichten en ‘oorlogsvrijwilligers’ te verhinderen het neutrale Nederland te bereiken.

Honderden mensen - vluchtelingen, gewone burgers - verliezen tijdens de oorlog het leven door het negeren van dit ijzeren gordijn.

uit: Elinea.nl

In november 1918 eindigt de oorlog en wordt de gemene elektrische grens meteen gesloopt door de omwonenden. Eindelijk. De palen en het draad worden door de boeren hergebruikt voor hun weilanden. Voor de dieren. Nooit meer mag er een ijzeren gordijn tussen mensen zijn. Nooit meer.

Meer weten over het ijzeren gordijn? Vluchtoord-Uden schreef er een uitgebreid artikel over.
Nederland capituleert op 15 mei 1940.
Maar er is één stukje Nederland dat dan nog niet door de Duitsers bezet is.

Een fragment uit #boek3: 

Vanaf de eerste oorlogsdag op 10 mei zijn Franse militairen Zeeland binnengetrokken om de Nederlandse troepen te versterken. Het zijn dan ook niet de Zeeuwen zelf, maar de Fransen die zich hebben verschanst achter het kanaal door Zuid-Beveland, om de Scheldemonding veilig te stellen en een aansluiting met het geallieerde front in België te creëren. De Fransen houden moedig stand.

Op 17 mei besluiten de Duitsers om ‘het bombardement van Rotterdam’ te herhalen. Middelburg is het doelwit. Met kanonnen en vliegtuigen wordt de historische stad volkomen in puin geschoten en Walcheren capituleert. De Fransen trekken richting Vlissingen en steken de Westerschelde over naar Zeeuws-Vlaanderen.

Middelburg 1940
Middelburg (via www.omroepzeeland.nl)

In het westen van Zeeuws-Vlaanderen hebben springcommando’s uit België enorme ravages aangericht door bruggen, wegen, kerken en andere grote gebouwen op te blazen in een poging de opmars van de Duitsers te remmen.

Maar de Duitsers komen helemaal niet. Ze gaan naar het zuidoosten, de teruggetrokken Franse en Belgische legers achterna en laten het westen van Zeeuws-Vlaanderen ongemoeid, in vrijheid, voor even.

Op 29 mei komt het Duitse leger terug. Een dag later bezetten de Duitsers het laatste stukje van Zeeland. Pas dan, op 30 mei 1940, is West Zeeuws-Vlaanderen - en daarmee heel Nederland - in Duitse handen.

West Zeeuws-Vlaanderen

Onderstaand verhaal maakt me HEEL ERG HYPER en ook heel erg stil.

De factor TOEVAL is groot. Absurd groot. En de droefenis ook.

Lees zelf maar:

Afgelopen zaterdag pakte ik het boek 'Boven Water. De watersnoodramp van 1953 in Oost-Zuid-Beveland in woord en beeld.' geschreven door oa. Meneer van Loo, uit de grote bak met boeken die mijn vader voor me had achtergelaten.


Boven water

Ik blies in en uit en nog eens en sloeg het boek open. Het hoofdstuk '1953' van #boek3 moest geschreven worden, het hoofdstuk over de watersnoodramp in Kruiningen. Dus hup, aan de research.

Indrukwekkende zwart-wit foto's vulden mijn hoofd.
Daar: de neef van mijn vader, zonder huis, zonder kleding, zonder iets. Daar: de boerderij waar mijn overgrootouders hun gezin stichtten: compleet onder water. Daar: het spoorwegwachtershuisje, de starterswoning van mijn grootouders en de plek waar mijn vader geboren werd, verwoest.

Het spoorwegwachtershuis 30. (Foto ANP, Utrechts Archief)

Er zat een hele dikke brok in mijn keel en die ging niet weg.

Op zondag ploeterde ik door nog veel meer boeken en online archieven. Ik las over de slechte gesteldheid van de dijken en over Het Drie Eilandenplan, dat te laat kwam. Over hoe, door een noodlottige samenloop van omstandigheden, Zuid-West Nederland midden in de nacht verrast werd door de stormvloed. Ik schreef over de verkleumde inwoners die in die koude januarinacht boven op de daken van hun huizen wachtten en wachtten, met onder hun een kolkende zee. Regen, storm, hagel en sneeuw. Huisraad dat voorbij dreef. Hulp die uitbleef. En een tweede vloed op 1 februari. Er vielen 1836 slachtoffers.


Toevallig zeg, dacht ik nog, een nieuwsbericht over de watersnoodramp, terwijl ik verder aan mijn hoofdstuk '1953' schreef. 
In Kruiningen kwamen op 31 januari en 1 februari 1953 tweeënzestig inwoners om. Vier daarvan werden nooit teruggevonden. Mijn oudoom Jan wel, zes weken na de ramp. 

Het huis van mijn oudoom Jan, via www.deramp.nl

Op dinsdag kwam het vervolgnieuws: 'De zoon van de alsnog geïdentificeerde vrouw komt uit Kruiningen en is in 1937 geboren'

Goh. Net als mijn vader: ook in Kruiningen en in 1937 geboren.

Toeval? Al die Kruiningen-en-watersnood-dingen die in vier dagen samen komen?
Het werd nog veel erger.

Op dinsdagavond ging ik op zoek naar informatie over een brand in Kruiningen rond 1970. Ik raadpleegde de krantenbank van Zeeland en Google, die me doorstuurde naar een facebookpagina: Kruiningen toen en nu

Berichtje gestuurd. En ja! Er kwam een reactie, mijn vragen werden beantwoord en er volgde een lang gesprek. Toen hij, de beheerder van de facebookpagina, iets hintte als: 'Ik heb ooit eens een studie gedaan naar de watersnoodramp in Kruiningen,' keek ik nog eens goed naar zijn naam... Meneer van Loo!... de schrijver van het boek dat al drie dagen opengeslagen op mijn bureau lag.


boven water

Het TOEVAL.

En nu, op donderdag, krijg ik het volgende - TOEVALLIGE - bericht: de zoon, wiens moeder na 62 jaar geïdentificeerd is, heeft in hetzelfde spoorwegwachtershuisje gewoond als mijn familie.

Stil van.
Het eerste stuk van #boek3 speelt zich af op 17 april 1945 en is gebaseerd op de aantekeningen van KeesBij deze een voorproefje ...


Wasserschutz

De Wieringermeer; een uitgestrekte vlakte met boerderijen op rechthoekige kavels, akkers vol goudgeel koolzaad en voorjaarsgroene weilanden tot aan de horizon. Een blauwe lucht. Hier en daar een kerktoren. De polder is precies zoals hij ooit bedacht is.

Het is april 1945. De Hongerwinter heeft veel mensen naar de boerderijen gebracht, uit Amsterdam, uit Haarlem, uit de dorpen eromheen, zelfs uit Rotterdam komen ze lopend, uitgehongerd, dodelijk vermoeid, om op de boerderijen soep en aardappelen te krijgen en een warm bed in het stro. Kinderen blijven wekenlang om aan te sterken. Jonge mannen duiken onder om aan de Arbeitseinsatz te ontkomen. Het kan in de Wieringermeerpolder. Er is genoeg eten, er is genoeg plaats. Het perfect ingerichte stuk nieuw Nederland, waar de oorlog geen vat op heeft kunnen krijgen.

Kees en Naan horen ’s nachts de kanonnen bulderen aan de overkant van het IJsselmeer, in Friesland. De Canadezen brengen de Duitsers steeds verder in het nauw. Het kan niet lang meer duren voordat ze via de Afsluitdijk ook de Wieringermeer bevrijden. Hoop zingt rond boven de vlakke polder; na de barre winter is het al weken mooi weer, de ondergedoken mannen werken mee op het land, de voorjaarszon kleurt de bleke wangen van de kinderen roze. De oorlog zal zonder rampspoed aan Kees en Naan voorbij gaan. Zo lijkt het.


Wordt vervolgd ...


Wieringermeer
Zo logisch als het hierboven staat, zo verrassend is deze ontdekking voor mij.

Ik zal mijn eenvoudig denkpatroon opbiechten: als ik een oude dame/heer zie lopen over straat, dan denk ik: 'zo'n kleur rollator heb ik niet eerder gezien,' of: 'wat een kwiek dametje/heer'. Ik denk nooit: 'Die dame/heer loopt hier nu wel met een krom ruggetje en een slakkengang maar was vijftig jaar geleden vast een ontzettend soepele danseres of succesvolle zakenman.'

Dame wandelen

Het is gewoon best lastig om in een rimpelig gelaat met witte haren de voorbije jeugd te zien.

Ik verwacht overigens ook niet als iemand de wallen onder mijn ogen en de grijze sprieten in mijn haar ziet, denkt: 'die vrouw was vast ooit helemaal de bink met haar groene Vespa Piaggio.'  

Maar goed. Nu over mijn oma.

Ik zag mijn oma zo'n drie keer per jaar. Anders dan vriendinnen die elke zondag bij hun oma op bezoek gingen - en doordeweeks ook nog hun grootmoeder zagen omdat ze bij hun in de straat woonde, bivakkeerde mijn oma op twee uur rijden van ons vandaan.
Tweede kerstdag, tweede paasdag en rond haar verjaardag in september zag ik haar.

Mijn oma droeg een bloemetjesjurk, dikke bruine kousen en beige veterschoenen met gaatjes. Ze had een vrijstaand huisje met een fikse tuin: een kippenhok, een druivenkas, een appelboom en een moestuin. Ze zei nooit zoveel, niet tegen mij in ieder geval, maar dat hoefde ook niet. Het was gewoon prima om een dagje bij haar rond te hangen.

Verder wist ik niet zo veel over mijn oma.

Tot nu.

Mijn oma was twintig in de roaring twenties. Ik vond een foto van haar uit die periode, liet verschillende kwartjes vallen en reconstrueerde haar jonge jaren.  

Vrouwen nemen in de jaren twintig – nadat er in Europa miljoenen jonge mannen zijn gesneuveld in de Eerste Wereldoorlog – meer en meer deel aan het arbeidsproces. Ze willen daarom gemakkelijke kleding dragen. 
In Noord-Brabant zijn in het begin van de jaren twintig de rokken nog lang, zeker op het platteland, maar in de stad, in Roosendaal, komt daar langzaam maar zeker verandering in. Eerst komt de roklengte nog tot de enkels, maar al snel gaat de hoogte opwaarts. Een zakachtige rok die met een band bijeen gehouden wordt is in de mode. In 1925 raakt de zoom nog net de knie, maar twee jaar later bevindt deze zich zelfs boven de knie. 
Nadat couturier Coco Chanel haar haren kort knipt in 1921, doet de hele modewereld haar na en wordt de bob-lijn de overheersende haardracht van de jaren twintig, gladgekamd en met een spuuglok op de wang. Lang haar is uit, ingewisseld door kleine hoeden die net om het hoofd passen. ’s Avonds – als het tijd is om uit te gaan – worden mooi versierde tulen haarbanden gedragen, vaak afgezet met glasparels.


Jaren twintig

De jongedame, die later mijn oma zal worden, koopt een grammofoon - zo'n platenspeler met een enorme toeter -, knipt haar haren kort, laat haar onderbenen zien en gaat uit dansen. Ze is jong, eindelijk onder het juk van haar vader vandaan, zelfstandig - want een eigen slagerij -, en zorgeloos. Ze droomt over haar toekomst, zoals elke twintiger dat doet.

Mijn oma is al 23 jaar dood, maar ik leer haar steeds beter kennen.
Daar ben ik blij om.

En ik kijk sinds kort anders naar oudere mensen. Er gaan wat verhalen verscholen achter rimpels en lichamelijke ongemakken. Dus pas maar op beste oudjes, ik zou er zomaar eens naar kunnen vragen.
Zo'n beetje eens in de twee weken word ik intens gelukkig verrast door de post. Soms van een toffe archivaris, soms van een lief familielid. De post is een puzzelstukje, elke keer weer, dat gelegd kan worden in het totale levensverhaal van mijn grootouders. Intens gelukkig, echt, ik word er zó blij van. Zo was daar al Marietjehet boek, de anekdote en het vonnis, en een prachtig fotoalbum uit 1920 met dames met poffers en kinderen in matrozenpakjes.

Fotoalbum

Afgelopen week bracht de postbode de doos, zoals mijn oom het gevaarte noemt dat hij op zolder heeft gevonden, met schoolschriftjes uit 1915 en een heleboel andere mooie schatten. Een paar moeten - echt, het moet - in de schijnwerpers.

Getuigschrift
Zoals het eervol getuigschrift van mijn grootvader voor het getrouw bijwonen van de cursus Paardenkennis in 1913/1914. (nu weet ik eindelijk waar hij die winter uithing)

Oude boeken
Rust Roest (1910) met alles - echt alles! - over bemesting, en Het Voorrecht der Kinderen (1911) over de voorbereiding op de Heilige Communie - best pittig.

Oude boeken
Schreef ik al eens over Het boek voor moeders en dochters, dit is de variant voor 'onze jonge mannen' waarin middelen tot de kuischheid zijn omschreven: 
1. STA VAST!
2. WEES MOEDIG!
3. WEES ARBEIDZAAM!
(nou daar ga ik zeker nog een blogje over schrijven)

Oude boeken
Het boek Paardenkennis had Wachtmeester Rijk zeker weten de hele dag in zijn binnenzak tijdens de Eerste Wereldoorlog. 

Oude boeken
En tot slot: de grootste schat. Een wiskundeboek uit 1872! Wow. Ik heb nog nooit zoiets ouds vast mogen houden, laat staan doorbladeren. 250 rekensommen, o.a.:
Tussen twee steden A en B, die juist 24 uur van elkander liggen, varen op een maandag 's middags om 4 uur twee stoomboten te gelijk af; de een van A naar B, de ander van B naar A. De eerste legt 6 uur in 2,75 uur af en de tweede 6 uur in 2,5 uur af. Zoo zij nu telkens in de steden A en B 12 uur stil liggen, vraagt men, wanneer zij voor het eerst te gelijk in B zullen aankomen?
Mooi toch: een som van 142 jaar oud.
(en de uitkomst staat achterin: Nooit)
Even iets heel anders op dit blog.

Ik schrijf - midden in de lancering van Blauwdruk - trouw verder aan #boek3. En daar worstel ik met het volgende vraagstuk:

Het is 1914 - en de eerste wereldoorlog is daar. Nederland wil neutraal blijven en mobiliseert op 31 juli 1914 de strijdkrachten. In totaal worden 203.000 soldaten opgeroepen. Zij bewaken de grenzen en vluchtelingenkampen, handhaven de openbare orde en brengen wegversperringen aan. 

In Zeeland is er een boer met twee zonen: Jan van 20 en Kees van 18. Ik weet dat Kees de hele oorlog in dienst is geweest, maar ik weet niets over Jan.

Mijn vraag: is het waarschijnlijk dat een boer zijn beide - en enige - zonen 4 jaar lang kwijt was aan de mobilisatie?

Ik vermoed namelijk dat de boer in kwestie heeft geprobeerd om zijn oudste zoon bij zich te houden, als werkkracht op de boerderij. Als hij beide zonen 4 jaar lang kwijt was, moest hij voor twee man vervanging zoeken. Een dure kwestie.

Kon een boer een zoon vrij laten stellen van dienstplicht vanwege bovenstaande?

Alle informatie is zeer welkom!

& alvast heel veel dank.

dienstplichtigen eerste wereldoorlog
Derde van rechts - de man met zijn armen over elkaar voor de stenen muur - is Kees

Sinds drie dagen hoor ik bij de Facebookgroep Diepzeeduiken 2015 Chickies. Een clubje dames die ooit - echt heel erg ooit - hun PADI duikdiploma haalden.

Eerste vraagstuk dat door deze 40+ Chickies getackeld moet worden: waar gaan we duiken?

Middellandse Zee, Caribean, Azië?
Criteria: een blauwe zee, talloze kleurrijke vissen, mega-schildpadden, een scheeps-of vliegtuigwrak. Alles is mogelijk. De onderwaterwereld ligt aan onze flippers.

Ik heb nog geen idee ingebracht. Ik ben bang dat als ik dat doe uit de Facebookgroep geknald wordt.

Ik las namelijk iets over een betoverende gezonken stad. Niet - de onbewezen - Atlantis, niet - de wel bewezen - Pavlopetri, niet bij Cuba, Italië, Griekenland, Turkije of ander exotisch oord, maar gewoon in Zeeland. Reimerswaal heet die stad, en ze ligt al eeuwen op de bodem van de Oosterschelde.
(Op de site van Paul de Schipper kun je lezen hoe dat zo kwam.)

Zeeland heeft de meeste verdronken nederzettingen van Europa. Minstens 117 kerkdorpen en tientallen buurtschappen en kapeldorpen zijn door het water opgeslokt. Meer weten? Wikipedia heeft er een mooi lijstje van gemaakt.

Volgens een sage heeft een meermin de ondergang van Reimerswaal voorspeld. De klokken van Reimerswaal zouden door vissers nog steeds te horen zijn in de diepte. En als je naar beneden kijkt kun je de schitterende gouden daken van de stad zien.

Je kunt duiken in de Oosterschelde. Ik heb gehoord dat je op de bodem een oester kunt pakken, opensnijden en dan - slurp - ter plekke op kunt eten. Er schijnen 250 diersoorten daar in het water te leven. Ongetwijfeld wat minder tropisch gekleurd dan op de Caribean, maar je krijgt er wel de klingelende klokken en gouden daken van het toekomstige rijksmonument Reimerswaal bij.

Ik denk alleen niet dat ik de Chickies meekrijg naar de Oosterschelde. Mijn buddy's hebben - vermoed ik zo - liever een Mojito na het duiken dan een Zeeuwse bolus.

Hmm. Ik lust allebei wel.

Even een facebookgroep aanmaken hoor. Iets van Oesterduiken 2015 Bolussen.
En dan maar afwachten of er iemand met me wil afdalen naar Atlantis in Zeeland.

Mijn betovergrootmoeder Adriana Rijk wordt op 2 september 1832 geboren in Ovezande, een dorpje in Zuid-Beveland. Ze helpt haar vader - een landbouwer - mee op de boerderij, totdat haar jongere broers en zussen oud en sterk genoeg zijn om haar taken over te nemen, en wordt dan dienstbode.
Ze is 26 als ze in Goes aan de slag gaat bij een manufacturier. Een jaar later keert ze terug naar Ovezande, zwanger van haar baas. Op 9 januari 1860 wordt mijn overgrootvader geboren: Jan Rijk, een bastaardkind. Op zijn geboorteakte staat bij vader N.N.

Wie was hij, de man die Adriana bezwangerde?

Ik wil het weten. Het is uit nieuwsgierigheid - wat was dan mijn achternaam geweest? - maar ook een vorm van gerechtigheid - welke lummel bezwangerde die arme boerendochter en stuurde haar met haar dikke buik naar het Katholieke Ovezande terug?

Nelleke Noordervliet omschrijft de status van een dienstbode in 'Altijd roomboter' als volgt:
130.000 meisjes van eenvoudige komaf verleenden hun diensten aan zo’n 7% van de huishoudens. Het was een vorm van slavernij. Een dienstmeid had veel plichten, maar nauwelijks rechten. Haar juridische status was huisgenoot en als zodanig was de meid ondergeschikt aan het gezinshoofd. Van een geschreven arbeidscontract was geen sprake. 
Dienstboden waren in hun armoe vaak maar een stap verwijderd van het bredere pad der prostitutie. Ze werden zwanger gemaakt door de heren of zonen deze huizes, maar het was bij wet verboden onderzoek te doen of laten doen naar het vaderschap met als doel de vader tot onderhoud te verplichten. Rond de vaderschapskwestie werd een juridisch steekspel opgevoerd, bedoeld om de verwekker uit de wind te houden, bedoeld om de man te vrijwaren van zijn schuld aan de prostitutie. Niet zijn geilheid was het, maar haar veilheid. 

Ik wil het weten.

Dienstbode - Isaac Israëls

De naam Knitel kom ik tegen in oude familiepaperassen, maar er staat verder niets bij. Mijn overleden tante schreef ooit de naam Stieger op, met daarachter de zin 'Is dit de vader van opa.' (maar zonder vraagteken, dus wist ze het of dacht ze het alleen maar...). 

Ik ben de archieven ingedoken: Zeeuwengezocht.nl, Zeeuwsarchief.nl, de krantenbank van ZeelandZoekakten.nl en Wiewaswie, en ontdekte een heleboel:
- Zowel meneer Knitel als meneer Stieger waren manufacturier in Goes toen Adriana zwanger raakte. Tot zover klopt het.
- Meneer Knitel was weduwnaar en 55 jaar.
- Hij had drie zonen, tussen de 19 en 24 jaar oud.
- Die zonen werden alledrie op 19 jarige leeftijd ingeloot voor 5 jaar dienstplicht.
- Meneer Stieger was 23 jaar en trouwde 4 jaar later in Delft.

Verder niets. Dus nu zit ik al de hele tijd te gissen. Was het weduwnaar Knitel, die dolgraag de plaatselijke politiek in wou en in allerlei raden en besturen zat, dus dat bastaardkind echt niet kon gebruiken? Was het een van zijn zonen, die vijf jaar lang de Nationale Militie moest gaan dienen of juist daar net klaar mee was? Of was het toch Stieger? De naam die mijn tante opschreef.

Ik wil het weten.
Mijn eigen whodunnit in de familie.
Ik moet het weten.

Het gemeentearchief in Goes kan me hopelijk helpen. Ik ga er binnenkort naar toe, lekker bladeren in stoffige bevolkingregisters. Ondertussen oefen ik alvast mijn echte naam: Maria Stieger, of Maria Knitel. 
(Hè nee, dat klinkt helemaal niet. Ik blijf gewoon Rijk hoor, waar ik ook op stuit.)
Het is bijna 100 jaar geleden dat aartshertog Frans Ferdinand van Oostenrijk werd omgelegd. Die moord was de aanleiding voor de Grote Oorlog: World War I.

Het is een oorlog waar ik niet veel van af weet - eerlijk gezegd. Ja, wie tegen wie, en termen als 'loopgraven', 'zeppelins' en 'gifgas', net als 'miljoenen slachtoffers'. Maar de laatste tijd komt de oorlog steeds meer tot leven. Steeds dichterbij. Wat is nou 100 jaar?

Gisteren was Diederik van Vleuten met zijn show Buiten schot op tv. Hij vertelde over de tragiek van de Eerste Wereldoorlog aan de hand van een aantal personages. Een bijspijkercursus voor mij, vol van weemoed, ellende en toch ook een beetje humor.

Vandaag is het #WW1archives day. De hashtags #WWI en #WO1 worden op twitter door Nederlandse archiefinstellingen gebruikt om stil te staan bij de Eerste Wereldoorlog. Nederland was neutraal, maar werd betrokken bij de oorlog; door de opvang van 1 miljoen Belgische vluchtelingen, door een - per ongeluk - bombardement op Zierikzee en door asiel te verlenen aan de Duitse keizer en zijn troonopvolger.

Er is trouwens iets wat ik weet over de Eerste Wereldoorlog, en verder (zowat) niemand: Nederland was bijna alsnog de oorlog in geholpen - door deze man:

Wachtmeester Eerste Wereldoorlog

Wachtmeester Kees Rijk. Zie hem daar staan, 19 jaar jong, 4 jaar lang gemobiliseerd. Best een knapperd toch, maar geen beste soldaat, ben ik bang.

Kees kwam bij de artillerie. De kanonnen werden met paarden voortgetrokken en Kees wist als boerenzoon goed met de beesten om te gaan. Hij werd daarom tot Wachtmeester benoemd.
Op een dag aan de grens in Zeeuws Vlaanderen kwamen Duitse vliegtuigjes over. Ze maakten Kees nerveus. De vijand van België! Kees wilde ze neerhalen, spoorde zijn commandant aan om te mogen schieten, die weigerde, maar Kees hield het niet meer, riep 'Laat me het doen!' en schoot - een keer. 
Mis. 
Kort daarna rinkelde de veldtelefoon. Een hoge officier schold de commandant de huid vol: er was geen opdracht gegeven om te schieten. Wachtmeester Rijk mocht terug naar de paarden.
Als het aan Kees had gelegen, was Nederland de oorlog in geholpen. Dan zou ik waarschijnlijk veel meer van De Grote Oorlog af weten. Maar ik ben toch wel blij, dat mijn opa misschoot.
Gisteren sprak ik Marietje uit Breskens.

Marietje is vijf als haar moeder in 1932 overlijdt. Haar vader is landbouwer in Zeeuws-Vlaanderen, en heeft het te druk om voor haar te zorgen. Er komt een dienstbode om zich over Marietje te ontfermen en het huishouden te runnen.

Nu is Marietje zesentachtig. Als Marietje over de dienstbode begint te praten straalt ze - glimmende ogen en een schaterlach: 'ze zorgde zo fijn voor me,' zegt ze, 'we gingen samen op stap met het veer en de trein, naar Walcheren en Zuid-Beveland en weer terug. Ze zong voor me, maakte heerlijke appelmoes en als ik verdrietig was mocht ik bij haar op schoot.'

Och, en die dienstbode - dat weet ik dan weer - was zo gelukkig dat ze voor Marietje mocht zorgen. 'Het was een hele mooie tijd,' zou ze nog vaak zeggen, 'samen met Marietje'.
Die dienstbode was mijn oma. Ze stierf 23 jaar geleden, maar als ik Marietje over haar hoor praten is ze ineens weer dichtbij. Dan ruik ik de geur van haar appelmoes en hoor ik haar stem. Lekker is dat. Brok in mijn keel enzo.

Marietje en ik gaan brieven schrijven, dat hebben we elkaar beloofd, gewoon nog met een envelop en een postzegel. Want internet is haar te gortig, zei ze. Dus ik zit nu te wachten - wiebelen - totdat de regen stopt, zodat ik naar de brievenbus kan lopen en een ansichtkaart erin kan gooien, naar Breskens. Zo fijn.

zeeuwse poppen
Ik vroeg mijn moeder om een kookboek, maar kreeg HET BOEK VOOR MOEDER EN DOCHTER: volledig onderricht in alles wat eene vrouw, als huishoudster en moeder, dient te weten. Mijn moeder had het ooit van haar moeder gekregen.

het boek voor moeder en dochter

Auteur: een R.K. Priester (geen naam), publicatiedatum 1906-1923, oplage: 74.000

Ik citeer uit het hoofdstuk Kookkunst:
Konijnensoep
De konijnen goed schoonmaken en een nacht in 't water zetten. Dan aan stukjes snijden en op gewone wijze bouillon van trekken.

Uit het hoofdstuk Geestelijke opvoeding van het Kind:
In het kinderhart sluimert de drang naar het kwaad, daar liggen de kiemen tot velerlei zonden en ondeugden. Welnu, dat kwaad, als het onkruid op een vruchtbaren akker, moet uitgeroeid worden!

Over Zindelijkheid:
Wil de vrouw haren man na volbrachten arbeid thuis houden, wil zij hem afhouden van den drank, dan zorge zij dat hare woning kraakzindelijk en daardoor aantrekkelijk zij.

Uit het boek viel een kaart, geadresseerd aan mijn oma. Er stond 'Hartelijk gefeliciteerd' op met daaronder de namen van haar nichtjes. De kaart was verstuurd vlak voor haar trouwdag en toont een vrouw die - voor die tijd - eerder zinnelijk dan zindelijk oogt.

zinnelijk

Dit boek moet een grapje geweest zijn. Om mijn oma te plagen met haar aankomende burgerlijke stand. Ik heb mijn moeder of haar moeder ook nooit konijnensoep zien maken of met wantrouwen naar mijn kinderhart zien staren. Gewoon een grapje van de nichtjes.
Ik hoop het. Want zenuwachtig word ik er wel van; bij het zitten mag men niet de beenen over elkaar leggen of ze rusteloos heen en weer bewegen (ik kan helemaal niet anders). Een verstandige vrouw heeft een kist voor beenderen (iiieh!). Koop geen zaken, die gij niet noodig hebt (oh oh).

Hoogste tijd om HET BOEK door te geven.

Een geluk dat mijn dochter over twee weken jarig is.
Een zeer kort familieverhaal, of: hoe mijn opa mijn oma versierde (uiteindelijk).

‘Kees, je moet een vrouw.’ Er ging geen dag voorbij dat ze dat niet zeiden, en hij niet reageerde met: ‘Ja, maar ja.’ Want waar haalde hij nou een vrouw vandaan? Er moest gewerkt worden. Het land kon niet zonder hem. Zijn enige uitspatting was het koor, en daar zat geen meid van zijn gading.
Maar nu was hij toch onderweg. Bert had gezegd dat ze bij Lodiers nog drie meiden hadden, zonder verloofde. Dus daar liep hij, zomaar op vrijdagmiddag, de lange slingerdijk af.
Een keurige boerderij met een schone stoep. Hij liep het erf op. Zou hij achterom gaan? Of was dat te vrijpostig? De voordeur ging open. Iemand had hem opgemerkt.
‘Wat moet je?’ Een man met woeste haren en een dik oog stond voor hem.
Kees tikte tegen zijn pet. ‘Kennismaken met u zusters.’
‘Die zijn boven je stand.’ De man deed een stap naar voren. Te dichtbij. ‘Opdonderen.’
Kees knikte: ‘Een andere keer.’
Uit het huis kwam een vrouwenstem: ‘Op zijn bakkes!’
Het duurde even voordat Kees door had wat er was gebeurd. Hij had nog nooit een klap gehad, nog nooit ruzie, en nu gloeide zijn kaak alsof hij vreselijke kiespijn had. Hij kwam overeind en klopte het stof van zijn kleding. De deur van de boerderij was dicht.
Volgende week maar weer proberen. 


getrouwd


Dit verhaal kreeg een nominatie de verhalenwedstrijd 'Korte familieverhalen' van AFDH uitgevers en Tubantia.