Posts weergeven met het label vrijheid. Alle posts weergeven
Posts weergeven met het label vrijheid. Alle posts weergeven
Als het weer en de tijd het toelaat en als ik geen andere afspraken heb, pak ik mijn fiets en rijd ik naar mijn werk: 21 kilometer heen en 21 kilometer terug. Op een 'gewone' stadsfiets (inclusief loodzware fietstassen, ducttape om de kettingkast en een jasbeschermer die aanloopt). 

Ellebogen op de handvatten en trappen maar. 

Fiets Marian

Ondervonden wetmatigheden bij dit woon-werk verkeer zijn:
- Een gesloten mond voorkomt insecten in de luchtpijp/slokdarm. 
- Wind tegen op de heenweg betekent niet automatisch wind mee op de terugweg.
- Koeien, eenden en schapen gaan voor. Ook als ze van links komen.
- De prachtige route* brengt een intens geluksgevoel teweeg.

Al trappende legde ik mijn fietsgeluk vast:

Fietspad schapen

Fietsroute

Punt op de horizon

Koeien steken over

Bosweg

Reiger stijgt op

Lakenvelder

Door het bos

Bij Leersum

Wuivende paardenstaarten

Op de fiets

(* = Leersum-Amerongen-Elst-Rhenen-Wageningen en terug)
Kijk, zo zag ze eruit: mejuffrouw van Raden.

mejuffrouw van Raden ANWB
Mejuffrouw van Raden en haar broer. Bron: De Kampioen, juni 1885

In juli 1884 was zij het eerste vrouwelijke lid van de ANWB. Mejuffrouw van Raden hield van fietsen - en dat was in de negentiende eeuw buitengewoon vooruitstrevend.

Vrouwen fietsten namelijk niet. 

Niet alleen omdat dames niet zomaar op stap hoorden te gaan, en al helemaal niet per fiets, maar ook vanwege de gedicteerde mode: met de vele lagen zware rokken en schoenen met hoge hakken leek wielrijden onmogelijk. Het verplichte korset van walvisbaleinen wierp nog eens extra drempels op voor een stukje gezonde beweging: de ademhaling en de lever zaten continu in de verdrukking. 

Maar, zo was het idee, wielrijden zou nog veel ongezonder zijn. Het fietsen over hobbelige kinderhoofdjes en oneffen landwegen vergde te veel kracht van een vrouw en kon haar misvormen: haar beenspieren zouden zich ten opzichte van de rest van haar lichaam extreem ontwikkelen.

Een nog belangrijkere reden om vrouwen niet te laten fietsen was dat het, net als studeren, tot onvruchtbaarheid zou leiden. Het wielrijden was dus gevaarlijk voor het voortbestaan van de mens. Daarbij hadden vrouwen een gevoeliger zenuwstelsel dan mannen. Ze waren vatbaarder voor allerlei prikkels van buitenaf die hysterische driften konden aanwakkeren, en hadden een minder sterk karakter en een zwakkere intelligentie dan de man. 

Fietsen was simpelweg te hoog gegrepen voor een vrouw. 

En, - ook dat nog - de vélocipède werd door sommigen gezien als een geheim middel voor masturbatie. Dit denkbeeld versterkte de angst dat vrouwen die eenmaal de vrijheid van het fietsen hadden ervaren ook in andere opzichten de gewenste normen en waarden losser zouden hanteren. 

Vrouwen die fietsten waren niet netjes.

Hoongelach viel hen ten deel.

Maar de 'Pedaleuses' gaven niet op. 

Door pionierende vrouwen zoals mejuffrouw van Raden trad aan het einde van de negentiende eeuw een wisselwerking op tussen de fiets en de mode. Vrouwenorganisaties en artsen pleitten voor het afschaffen van het korset. Zij eisten lichte, eenvoudige jurken die het lichaam niet vervormden.

De ANWB en bedrijven als C&A speelden hierop in door knippatronen en rijwielkleding aan te bieden: broekrokken met lange kousen (zodat de enkels bedekt bleven) of een rok die je kon opknopen (ook met slobkousen). Het korset mocht uit. Het hoedje bleef. 

fietskostuum vrouw
Een fietskostuum met 'pantalon', bron De Kampioen.

Doordat steeds meer vrouwen fietsten en ze dat steeds vaker deden in praktische broekrokken, ontstond er enige gewenning. De wijde broek werd – zeer langzaam maar zeker – aanvaard als een kledingstuk dat vrouwen tijdens het wielrijden konden dragen en in het kielzog daarvan werd het geaccepteerd dat zij ook een praktische jurk of broek aantrokken als zij niet op de fiets zaten.

De fiets emancipeerde man en vrouw - heel geduldig - zowel in levensstijl als in kledingstijl. 

Die mejuffrouw van Raden. 
Hoe vooruitstrevend ze ook was, ze had nooit kunnen vermoeden hoe - mede door haar - een fietsende vrouw er 132 jaar uit zou zien.

Annemiek van Vleuten Giro 2017
Annemiek van Vleuten. Bron AD
In Groot-Brittannië, aan het einde van de negentiende eeuw, is er sprake van een nieuw fenomeen: kamperen.

Het is in Engeland een studie en een vak geworden te woekeren met de beknopte bergruimte op een fiets en opvouwbare wigwams, keukengereedschappen, spirituskomforen, dekens en proviand zo voordelig mogelijk over bagagedragers, frametassen en rugzakken te verdelen. (De Kampioen, 1905)

De trend waait al snel de Noordzee over en komt in Nederland terecht.

Kamperen gebeurt in eerste instantie ongereguleerd. Er zijn geen campings en de kampeerders moeten zelf een geschikte plek vinden om te slapen. Het opzetten van de tent, het bereiden van maaltijden en het graven van een toilet gebeurt in de vrije natuur. En juist dat primitieve maakt mensen zo enthousiast.

Robert Baden-Powell Kamperen
Robert Baden-Powell, grondlegger van de scouting

Kamperen is een elitaire 'sport'. De beoefenaars zijn rijke jonge mannen, die geld hebben voor het importeren van tentdoek uit Engeland, het laten maken van een tentje en het aanschaffen van kampeerspullen zoals een slaapzak en oliestel. De gewone arbeider kan dat allemaal niet betalen, en al zou hij dat wel kunnen, hij heeft amper vrije dagen.

Om landloperij te voorkomen legt Nederland de kampeersport zo snel mogelijk aan banden. Even spontaan met de tent eropuit trekken is niet mogelijk: om te mogen kamperen moet vooraf toestemming gekregen zijn van de landeigenaar. Ook moet er een vergunning aangevraagd worden bij de betreffende gemeente, waarvoor de kampeerder een bewijs van goed gedrag moet overleggen. Als dat allemaal geregeld is krijgt de kampeerder permissie een of twee nachten in de buitenlucht door te brengen, tegen betaling van een paar gulden. Mannen en vrouwen slapen gescheiden.

Carl Denig Kamperen
Carl Denig, tentenmaker en oprichter van de Nederlandse Toeristen Kampeer Club

In 1925 wordt het eerste officiële kampeerterrein van Nederland in Vierhouten, een dorp op de Veluwe, geopend. Al snel volgen er meer. Kamperen wordt steeds populairder, ook bij de minder welgestelde burgers. Het aantal vrije dagen neemt langzaam maar zeker toe, en het wordt steeds makkelijker om in Nederland tentdoek te verkrijgen om zelf een tent te naaien.

De grote kampeerdoorbraak komt na de Tweede Wereldoorlog. Direct na de bevrijding is er gebrek aan bijna alles, maar er zijn wel een heleboel legertentjes te verkrijgen. De ANWB organiseert kampeercursussen - inclusief examen en kampeerpaspoort - en geeft een kampeergids uit. In de jaren vijftig en zestig ontwikkelt kamperen zich tot een razend populaire 'sport', dankzij meer vrije tijd, gestegen welvaart en een grotere mobiliteit.


Zie ook: https://anderetijden.nl/aflevering/541/Nederland-gaat-kamperen
Beelden via Pinterest
Denk je erover om in 2015 je boek zelf uit te geven?

Goed plan!

Gaaf!

Je bent een held!

OK & nu ter overweging - ik deed het in 2014 - enkele tips.

1. Wees stressbestendig.
Je maakt namelijk een carrièresprong van schrijver naar schrijver-opmaker-redacteur-vormgever-uitgever-marketeer. Alles wat besloten moet worden, en ook uitgevoerd moet worden, komt op jouw schouders terecht. Dat is heel gaaf, maar ook een gevalletje heel veel werk. Blijf ademen. Dat is - uiteindelijk - het belangrijkste.

2. Zorg voor tijd.
Veel tijd. Vanwege dat vele werk, maar ook vanwege de doorlooptijd. Een reguliere uitgever heeft een catalogus en plant de uitgave van haar boeken volgens de verschijningsdata daarvan. Jij kunt veel sneller je boek in de markt hebben - als alles goed gaat -, maar omdat het de eerste keer is dat je een boek uitgeeft gaat ongetwijfeld niet alles in een keer goed.
Van Blauwdruk had ik bijvoorbeeld 3 proefexemplaren nodig voordat ik helemaal tevreden was.

3. Lees en leer.
Volg het forum op schrijvenonline.org en lees hoofdstuk 13 van Handboek voor schrijvers van Maaike Molhuysen. Leer van ervaringen van diegene die je voorgingen door op twitter en facebook andere zelfuitgevers te volgen en lijstjes als dit (en ook hetboekenschap.nl, boekschrijven.nl, daretoo.nl) door te spitten.

4. Promoot promoot promoot.
Zeg Ja tegen alles als het om promotie van je boek gaat. Benader de plaatselijke boekhandels, kranten en bibliotheken, laat je interviewen door de basisschool in je wijk, ga op zoek naar leesclubs en stel je voor aan Facebook-groepen en Bloggers die jouw genre waarderen. Natuurlijk zorg je voor een geweldig persbericht dat je naar alle relevante media stuurt en bel je dat ex-vriendje van twintig jaar geleden dat journalist/radiopresentator is geworden.
& verder zeg je Ja Ja Ja tegen elk initiatief dat je wordt aangeboden.

5. Zie het als een groot avontuur.
Maak je geen illusies. Er zijn succesverhalen over zelfuitgegeven boeken, de Sonja Bakkers, maar het zijn er niet veel. Het kan wel. Stel realistische doelen, doe je best, ga ervoor en droom. Maar bovenal geniet van dit avontuur, want oh, (zie tip 6...)

6. Wees trots. 
Het grote verschil tov het uitgeven via een reguliere uitgever is dat je alles zelf kunt controleren en overzien. Je kunt zelf bepalen hoe je boek eruit komt te zien, wat de titel is, hoeveel pagina's het telt en wat de prijs wordt. Je weet precies naar wie je een recensie-exemplaar hebt gestuurd, en van wie je dus een recensie kunt verwachten. Je weet ook precies hoeveel boeken je verkoopt.
Je hebt alles zelf gedaan; die carrièresprong, die tijdsinvestering, die keuzestress. Bikkel!
& je gaat zoveel gave reacties krijgen - zoveel dat je denkt: het was het waard. Zeker weten. Wees trots. Het is echt supermegavetgaaf dat je dit durft.

Blauwdruk Maria Rijk

Geen UWV Werkmap meer voor mij. Morgen is mijn eerste werkdag.

@Tussenjouenmij vroeg me of deze nieuwe baan naar mijn zin was of ingegeven door de malle molen. Dat was echt een hele goede vraag.

Malle molen

Want vrij zijn - zo heb ik het afgelopen jaar ontdekt - is helemaal niet echt vrij zijn. Niet van 'lekker lanterfanten', 'uitslapen' of 'we zien wel wat de dag brengt'. Vrij zijn - werkloos zijn - is een malle molen.

De bedoeling was, heel terecht - want ik zat op de WW-zak te teren -, dat ik snel weer een baan vond. Dus solliciteerde ik.

Dat betekende: zoeken zoeken zoeken naar passende functies, bellen, brieven schrijven, juichen bij een uitnodiging, vragen en antwoorden voorbereiden, bus/trein-verbinding uitzoeken, opvang regelen, opgewekt en scherp een gesprek voeren, wachten aan de telefoon, jubelen bij het doorgaan naar de tweede ronde of balen bij een afwijzing, aanvullende workshops en/of presentaties doen en assessments en persoonlijke analyses doorstaan. Vervolgens weer wachten bij de telefoon. En twijfel: is dit nu echt wat ik wil?

Nee toch, ik wilde schrijven toch.
Ja.
Dus dat deed ik. Heel veel. Tussen het solliciteren door.
En ondertussen deed ik ook nog een heleboel dingen waar ik normaal niet aan toe kwam: Ik zette de badkamer, een bed, een stoel en een bureau strak in de verf. Ik leefde gezonder dan ooit: elke ochtend 5 zonnegroeten, water met citroen bij het ontbijt, en volgde een injectietherapie tegen allergieën. Ik kon zomaar op donderdagochtend op kraamvisite, midden op de dag naar de bieb of tennissen en de bus van het schoolreisje uitzwaaien én binnenhalen.

Mooie molen

En - wat ik zo graag wilde: ik schreef Blauwdruk af en begon aan #boek3.

Een mal en mooi jaar.
& toch werd ik af en toe overvallen door, tsja, hoe zal ik het zeggen, iets van .... eenzaamheid? Of rusteloosheid? Ik weet het niet. Er knaagde iets - en niet alleen vanwege die sollicitatieverplichting, die malle molen.

Ineens hoorde ik het mezelf zeggen: 'Ik wil bij een clubje horen.'
(ja, ik vond het zelf ook een beetje gek klinken, maar ik meende het echt)

En zo geschiedde. Er was een clubje waar ik bij wilde en gelukkig, dat clubje wilde ook mij. Contract getekend - UWV uitgezwaaid, tennis naar het weekend verschoven, nog een laatste klodder verf op de muren, schrijfuren blokken in de avonduren - en gaan.

Het is alsof ik nu, de laatste dag vóór mijn eerste werkdag, in de rij voor de zweefmolen sta - met al een beetje licht gevoel in mijn buik en een giechel in mijn keel. Morgen stap ik in. Dan hoop ik niet alleen bij een leuk clubje te horen, maar ook inspiratie op te doen, zo in dit nieuwe levensgebeuren. Voor dit blog, voor #boek3, #boek4, #boekx. Want ik blijf schrijven, gewoon in de avonduren zoals eerder. Van zweefmolens krijg ik namelijk ontzettend veel energie.

Malle molen

Ik heb er zin in.
'Mama, wil je me leren schaken?'
'Ja hoor.' (glunder)

Daar gaan we.

Les 1: 
'Dit is de opstelling.'
'Net als bij voetbal.'
'Elk stuk kan iets anders.'
'Net als bij voetbal.'
schaken
'Schaken is een denksport.'
'Dat is niet bij voetbal.'


Les 2 
'Je wint als je de koning van de ander pakt.'
'Cool.'
'Dat heet schaakmat. Kijk zo. Speel je gelijk dan heet het remise.'
'Net als bij Thomas de trein.'
schaken


Les 3 
'Wit begint, zwart wint.'
'Hoe weet je dat nou?'
'Zo zeggen ze dat.'
'Dan ben ik zwart.'
schaken


Les 4
'Niet klieren. Serieus kijken. Dat hoort ook bij schaken.'
 schaken
'Nee! Niet zomaar de stukken pakken! Hier jij.'
'Niet omgooien!'
schaken
'Nee! Nee! Nee!'
...
...
...
'Ik ben het paard.'
'Ik een toren.'
'Ik de koning.'
...
Sinds drie dagen hoor ik bij de Facebookgroep Diepzeeduiken 2015 Chickies. Een clubje dames die ooit - echt heel erg ooit - hun PADI duikdiploma haalden.

Eerste vraagstuk dat door deze 40+ Chickies getackeld moet worden: waar gaan we duiken?

Middellandse Zee, Caribean, Azië?
Criteria: een blauwe zee, talloze kleurrijke vissen, mega-schildpadden, een scheeps-of vliegtuigwrak. Alles is mogelijk. De onderwaterwereld ligt aan onze flippers.

Ik heb nog geen idee ingebracht. Ik ben bang dat als ik dat doe uit de Facebookgroep geknald wordt.

Ik las namelijk iets over een betoverende gezonken stad. Niet - de onbewezen - Atlantis, niet - de wel bewezen - Pavlopetri, niet bij Cuba, Italië, Griekenland, Turkije of ander exotisch oord, maar gewoon in Zeeland. Reimerswaal heet die stad, en ze ligt al eeuwen op de bodem van de Oosterschelde.
(Op de site van Paul de Schipper kun je lezen hoe dat zo kwam.)

Zeeland heeft de meeste verdronken nederzettingen van Europa. Minstens 117 kerkdorpen en tientallen buurtschappen en kapeldorpen zijn door het water opgeslokt. Meer weten? Wikipedia heeft er een mooi lijstje van gemaakt.

Volgens een sage heeft een meermin de ondergang van Reimerswaal voorspeld. De klokken van Reimerswaal zouden door vissers nog steeds te horen zijn in de diepte. En als je naar beneden kijkt kun je de schitterende gouden daken van de stad zien.

Je kunt duiken in de Oosterschelde. Ik heb gehoord dat je op de bodem een oester kunt pakken, opensnijden en dan - slurp - ter plekke op kunt eten. Er schijnen 250 diersoorten daar in het water te leven. Ongetwijfeld wat minder tropisch gekleurd dan op de Caribean, maar je krijgt er wel de klingelende klokken en gouden daken van het toekomstige rijksmonument Reimerswaal bij.

Ik denk alleen niet dat ik de Chickies meekrijg naar de Oosterschelde. Mijn buddy's hebben - vermoed ik zo - liever een Mojito na het duiken dan een Zeeuwse bolus.

Hmm. Ik lust allebei wel.

Even een facebookgroep aanmaken hoor. Iets van Oesterduiken 2015 Bolussen.
En dan maar afwachten of er iemand met me wil afdalen naar Atlantis in Zeeland.

Ik moet nog stof zuigen
soep maken was vouwen mail lezen brood kopen en luieren luieren luieren op 't gras. Ik begin onderaan.


Op het gras
Precies een jaar geleden begon ik dit blog. Mijn werk was gestopt - een reorganisatie - en mijn verjaardag kwam er aan. Die van 40 jaar, die van terugblikken en vooruitkijken, van midlifecrisis, van vragen als hoe en wat en wanneer, en van rimpels en grijze haren die niet meer weg te poetsen zijn.

Ik wilde meer kunnen schrijven - gewoon waar ik zin in had - om beter te worden in het overdragen van wat ik nou eigenlijk bedoel. Dit blog werd mijn proeftuin voor schrijfstukjes: korte verhalen, gedichten en gedachten.

Er kwamen reacties. Leuke reacties. Er kwamen verzoeken voor gastblogs. Een aanmoedigingsprijs. En het aantal lezers steeg en steeg. Gaaf.

Een jaar gaat snel voorbij. Een jaar waarin ik schrijver ben geworden. Schrijver. Zo durfde ik me niet eerder te noemen. Eerder prutser of gelukkeling of mazzelaar.
Het komt door dit blog: type 'n stukje, klik op Publiceren en iedereen kan het lezen.

1 jaar een blog. My lessons learned:
1. Check je eigen blog en verbeter eindeloos.
2. Vind schrijf/blogbuddy's en wissel uit.
3. Lees andere blogs en kijk af.

Ik leer en schrijf en leer en schrijf en zie: ik ben al bijna 41 en een stuk wijzer.
Bloggroentje af zeg maar.

verjaardag blog

Vanaf de buitenkant is mijn huis gewoon wit. Niets bijzonders. Niet anders dan normaal. Maar binnen spreidt een oranje vlek door het huis, steeds groter en groter, totdat alles - alles - bedolven is door Nederlandse trots en hoop.

Oranje overal
Op de vensterbank

Oranje overal
Wassen wassen wassen

Oranje overal
Stilleven (bovenop de kapstok)

Oranje overal
Knutsel-eet-klets-en-tekentafel

Oranje overal
Elke avond voetballen in de tuin

Oranje overal
We hebben normaal nooooit sinaasappels

Oranje overal
Loombandjes in de badkamer

Oranje overal
Op de bank, op de vloer, op de WC.  Overal!

Oranje overal
Een knutseldingetje - vermoed ik - op de slaapkamervloer

Wat een mooie kleur eigenlijk. Om blij van te worden. Van mij mag de oranje-rommelzooi nog drie weken blijven, of langer, als het helpt.
Drie dagen lang leven volgens de Ayurvedische leer; yoga, meditatie en exotisch supervoedsel. Dat leek me wel wat, vooral vanwege die extra bijkomstigheid: een weekendje weg met vriendinnen in zonnig Zeeland.

De eerste stap: joggingbroek aan en matje in het gras. Omringd door bloemen, in lotushouding in de zon en verder stilte. Helemaal prima.

Yogamatje

Oranje bloemen

Volgens de Ayerveda zijn er drie energietypes, zogenaamde Dosha's: Vata, Pitta en Kapha. Deze Dosha's worden gevormd door vijf elementen; aarde, water, lucht, vuur en ether, en sturen alle processen aan, zowel in je lichaam als in je geest. Ze bepalen bijvoorbeeld hoe je huid eruit ziet en wat goede voeding voor je is. Elke yogales en elke daaropvolgende maaltijd was gebaseerd op een van de vijf elementen. 
Wij aten die avond pasta uit Sardinië en eetbare bloemen (element: aarde).

eetbare bloemen

De precieze verhouding van de Dosha's is voor iedereen anders, en ook welk element daarbinnen overheerst. Vata staat voor beweging, Pitta voor transformatie en Kapha voor verbindende kracht. Dat leerde ik. En ook dat eetbare bloemen vrij saai smaken en dat je van Yoga vreselijk veel dorst krijgt, vooral na de les 'vuur'.

Water met takjes

Dus dronk ik eindeloos veel water met aardbeien of muntbladeren uit de tuin, gemberthee en bietensap. En at ik - werkelijk - heeeeerlijk (en vrij bijzonder voor mijn hollandsepot-doen): mung bonen, gojibessen, hennepzaad, bijenpollen, kurkuma, cashewpasta, vijgen, dadels, chiazaadjes, avocado en rauwe chocoladetaart. 

Salade

Raw chocolate cake

Bij de vierde yogales had ik beet. Mijn rug maakte een achterwaartse kromming die mezelf verbaasde. Kon ik dat? Ja. Dit was mijn les, mijn element: lucht. Met gloeiende wangen verliet ik de les. Ik bleek een Vata-energietype. Toen ik in een hokje geplaatst kon worden, kwamen de Vata-adviezen snel:
- Zorg dat je het altijd warm hebt.
- Vermijd de kou.
- Hou regelmaat.
- Ga op tijd naar bed.
- Creëer een opgeruimde omgeving.
(ik vond de stem van de Yogadocent verdacht veel op die van mijn moeder lijken)

Yogales

Eigenlijk ging ik terug naar de basis - met mijn luchtelement en Vata-energietype - naar de drie r-en: rust, regelmaat en reinheid. Die oerhollandse stelregels vond ik wel mooi, zo tussen de eetbare bloemen en chiazaadjes. 

Uitgerust, vol goede voornemens en met talloze Ayurvedische recepten kwam ik gisteravond thuis, net voordat het avondeten op tafel kwam: vette worst, gebakken aardappels met mayo en als toetje een oranje mona-pudding. Lekker dat dat was...
Maar ik probeer het echt, ik hou vast aan Vata: ik doe de was op tijd, trek een warm vest aan, maak kikkererwtensoep voor de lunch en doe een paar extra zonnegroeten alvast ter compensatie voor vanavond, want dan eten we pizza. En daar strooi ik dan wat gojibessen en hennepzaad op. Dan komt het wel goed, denk ik, met mijn luchtige Vata.

PS: 
Meer weten over Ayurveda? Op Wikipedia wordt het uitgebreid uitgelegd.
En op Ayurvedatest kom je erachter welke Dosha bij jou domineert.

Mijn weekend werd georganiseerd door Casa di Yoga
Vanochtend liep ik even door de tuin. Ik werd daar blij van. Een Tuin-logje:

Vingerhoedskruid
Vingerhoedskruid

Allium
Allium

Pissebed
Pissebedjes - aah

Muntvlinder
Muntvlinder (?) - heel klein iig

Hortensia
Hortensia

Sla
Sla, heel veel sla 

Ik ga mijn eigen T-logje even als bladwijzer instellen. Om nog eens naar te gluren in de winter.